Wanneer we de moed hebben om uit de symbiotische verstrikking te stappen en de overgenomen gevoelens los te laten, worden we geconfronteerd met onze eigen onderdrukte gevoelens. Angst, schuldgevoel, schaamte en oordelen hebben ervoor gezorgd dat ze diep in onszelf opgesloten zijn gebleven. Daar stapelen ze zich op tot ze uitvergroot naar buiten komen. Zodra dat gebeurt is het belangrijk ze zonder oordeel tegemoet te treden. 

Het oordeel van anderen of van jezelf heeft je de toegang tot deze weggestopte gevoelens geblokkeerd. Zodra je het oordeel loslaat krijg je toegang tot deze gevoelens zodat je je kunt bevrijden van de lading die er nog zit. Dat betekent niet dat je het oude drama opnieuw moet herhalen of dat je in de slachtofferrol moet gaan. Wat het nodig heeft is dat je in het ‘nu’ de lading van de emotie haalt die er is zodat er geen onderdrukte energie meer zit. Net als een kind dat op zijn knie gevallen is; het zet zijn mond wijd open en huilt even heel intens om zijn pijn en de schrik. De lading is eraf en het kind kan weer verder. Kinderen laten zich hierin kwetsbaar zien en veroordelen zichzelf niet. Op deze manier houden ze geen emoties vast. Om los te komen uit de dynamiek sta je voor de uitdaging om je weggestopte emoties weer in jezelf toe te laten en te integreren. Integreren van weggestopt verdriet 

Verborgen verdriet komt aan de oppervlakte vaak als wrok en slachtofferschap naar buiten. Vasthouden aan rancune en wrok beschermt ons tegen onze kwetsbaarheid; we verdedigen onszelf tegen de pijn die ons is aangedaan. Met wrok houden we vast aan oude pijn en daarmee blijven we verstrikt met de mensen waarbij we die pijn hebben opgelopen. Het koesteren van wrok helpt ons zelfmedelijden te rechtvaardigen en daarmee hopen we nog wat sympathie te krijgen. Het is een manier om onze geslotenheid voor onszelf goed te praten. We kunnen ons achter een veilige muur blijven verschuilen.  

Als je de pijn van je lijden niet durft te voelen, zul je geneigd zijn anderen te veroordelen en te willen veranderen, wat zowel jezelf als de ander onvrij maakt. Je legt een (verborgen) claim bij de ander, dat hij je alsnog moet geven wat je tekortgekomen bent. De diepte van je verdriet krijg je bij niemand anders, hoe graag je dat ook zou willen. Pas als je ten diepste je eigen pijn kunt omarmen, kun je de ander accepteren in zijn onvolmaaktheid en maak je jezelf vrij en verantwoordelijk voor je eigen leven. Dan haal je jez elf uit het slachtofferschap en kun je dienaar zijn van je eigen leven. Werkelijk rouwen om de binding die je gemist hebt geeft je richting uit de dynamiek. Zolang je die pijn niet wilt voelen, blijf je met onzichtbare magneten vastzitten aan de ander (ouder/partner) die het je niet kan geven omdat hij nog gebonden is aan zijn eigen traumagevoelens. Zodra je diep leert rouwen, verliest deze illusie aan kracht. De waarheid maakt je vrij van de sterke trekkracht van de dynamiek tussen achtervolgen en weglopen. Deze gevoelens kunnen zo pijnlijk zijn, dat je er niet gemakkelijk vrijwillig naartoe gaat. Vaak moet er eerst een trigger van buitenaf zijn, zoals een (liefdes)verlies of een gebrek aan binding, voordat deze pijnlijke gevoelens aan de oppervlakte komen