Er is veel weerstand tegen het aannemen van je eigen wond. Logisch, als je je leven lang geprobeerd hebt je ertegen te beschermen. De mate van je weerstand geeft een indicatie voor de diepte van je wond. Er is veel moed nodig om in je wond te kijken, moed in de zin van erkennen dat je bang bent en toch de stappen zetten die nodig zijn.  

We leren in ons leven niet om te rouwen, we leren onze kiezen op elkaar te zetten en door te gaan. We leren niet dat pijn erbij hoort. Vooral niet als onze ouders hun pijn miskenden, omdat ook hun ouders hun pijn miskenden. Scheiding, dood, pijn, verlies, verdriet of gemis wordt weggehouden voor kinderen, waardoor we er juist aan vast komen te zitten. Wat onderdrukt wordt, moeten we in de schaduw uitleven. We leren niet om stil te staan bij wat pijn doet, we hebben geleerd onze tranen te verstoppen voor elkaar. Zo miskennen we niet alleen onze pijn, maar een wezenli jk deel van onszelf. 

Waar de pijn niet mag zijn ontbreekt het leven. Het gevoel is eruit en de dood is erin geslopen. In het scheiden en loskomen voel je de intensiteit van de hechting. Je voelt hoe diep je verbonden bent. Dit is de plek van de rauwe rouw. Hier mag je dankbaar zijn voor wat geweest is en huilen om wat er niet geweest is. Rouw is de pijn toelaten, de tranen huilen tot ze niet meer komen. Als mensen niet kunnen rouwen, kunnen ze nooit meer hechten. Een van mijn leermeesters zei: ‘Tranen geven water aan de bloemen van geluk. ’ Als je durft te rouwen kan het hart openblijven voor liefde. Als je niet durft te rouwen sluit je je belangrijkste toegangspoort naar geluk. Als je jezelf opent voor de diepe rouw, kan onder de pijn iets nieuws geboren worden. Je neemt jezelf op een dieper niveau aan.