Het is van belang om onderscheid te leren maken tussen de overgenomen (trauma)gevoelens van de ouder(s) en de eigen gevoelens. Dit is een moeilijke klus omdat de gevoelens van de ander erg verweven zijn geraakt met de eigen gevoelens. Vanuit de overlevingshouding zijn we ons gaan afstemmen op de traumagevoelens van de ander, wat zo vertrouwd is geworden dat we moeilijk kunnen onderscheiden waar de grens is tussen onszelf en de ander.  

Dit is je eerste taak: leren waarnemen wanneer je gefixeerd bent op de traumagevoelens van de ander. Wanneer je dit gaat herkennen, ontstaat er ruimte om afstand te creëren. Je krijgt dan een keus om het anders te gaan doen. Dit is van wezenlijk belang, omdat je overgenomen gevoelens nooit kunt oplossen. Je kunt er keer op keer opnieuw in verdrinken als je je erop afstemt, maar dat is steeds een herhaling van de pijn die niet van jou is. Je maakt jezelf te groot als je de illusie hebt dat je de pijn voor een ander kunt oplossen. Dat gaat niet. Ieder mens heeft daarin zijn eigen taak te doen. Het vraagt van je om je focus te verleggen van de fixatie op de ander, naar de blik op jezelf en je eigen gevoelens. Zolang je de blik op de ander blijft richten, ben je weg bij jezelf en kan er geen heelwording plaatsvinden.  


Anne (36) was zo verweven met de pijn van haar vader, dat ze niet tegen hem kon zeggen wat ze zelf zo miste. Ze was gewend om zijn pijn mee te dragen en dan kon ze verdrinken in haar tranen. Pas toen ze kon zeggen: ‘Wat had ik graag een vrolijke vader gehad’, kwam ze bij haar eigen pijn als dochter. Toen ze deze tranen gehuild had, werd het een stuk lichter. Dit was van haar en dit kon ze dragen.