Om loyaal te kunnen zijn aan de ander hebben we ons leren verstoppen achter ons schuldgevoel: als we de ander maar genoeg geven. In onze grote opofferingsgezindheid om te geven aan de ander, groeit een tekort in het krijgen en ontvangen. Dit zorgt voor onderdrukte woede. Om contact te leren maken met onze onderdrukte woede, moeten we ons schuldgevoel opgeven, omdat deze twee onverenigbaar zijn.  

Woede is een enorme krachtbron, die ons uitput als we deze moeten onderdrukken. Ze legt dan onze levendigheid lam en vreet aan onze kostbare levensenergie. Woede is een belangrijke emotie, die de functie heeft om onze integriteit te bewaken. Ze geeft ons de energie om onze grenzen te stellen als die overschreden dreigen te worden. Woede geeft de kracht om ‘nee’ te zeggen tegen de ander en om ‘ja’ te zeggen tegen ons eigen innerlijk. Ze zorgt ervoor dat we onszelf neer kunnen zetten vanuit zelfrespect.  

Als je in de focus op de ander te veel in het ‘wij’ vervloeit, geeft woede de kracht om je ‘ik’ meer neer te zetten. Woede uit de schaduw halen en de kracht ervan leren inzetten om je ‘ik’ meer vorm te geven, helpt je uit de symbiotische verstrikking te komen. Woede geeft de energie om je ondergeschikte ‘ik’ een gelijkwaardigere positie te geven. In het naar het licht brengen van de woede komt de energie die erin opgesloten zit in dienst te staan van je eigenwaarde en zelfvertrouwen