In de aanpassing is een stuk van onze eigenheid verloren gegaan. Aangezien getraumatiseerde ouders in hun eigen overlevingspatroon kunnen zitten, hebben ze weinig ruimte voor de behoeften en wensen van hun kinderen. Kinderen voelen dat zij met hun kinderlijke wensen ‘te veel’ kunnen zijn en gaan deze inslikken. Het gevolg is dat kinderen het contact verliezen met hun werkelijke behoeften en verlangens en dus later ook niet meer in staat zijn om werkelijk te weten wat zij nou zelf willen. Ze moeten zichzelf dan opnieuw gaan afvragen: Wat w il ik? Waar heb ik behoefte aan? Wat zijn mijn verlangens? 

Dat is zo naar de achtergrond geraakt dat je weer moet leren voelen wat jijzelf nodig hebt. Dit kan heel bedreigend zijn omdat je, zodra je gaat voelen wat je wilt, tevens geconfronteerd wordt met het gemis. Er is geen vertrouwen meer dat iemand het je zal geven, dus is het veiliger om de behoefte of het verlangen niet te voelen.  

Het is een proces om het contact te gaan herstellen met deze weggestopte behoeften, wensen en verlangens en deze helemaal te gaan omarmen. Dat het helemaal oké is om je eigen verlangens ten volle te voelen. Als je in staat bent om je eigen verlangens toe te staan en volledig in je lijf te voelen, dan is dat al een vervulling op zichzelf. Het hoeft niet meer weggedrukt te worden of per se door een ander opgevuld te worden waardoor de claim verdwijnt: het verlangen bevredigt zichzelf. Belangrijk daarbij is dat een ander altijd vrij is om dit verlangen te beantwoorden of in te vullen. En ook al vult een ander dat niet in, dan nog is er niets mis met je verlangen en ben je vrij het volledig in jezelf te voelen. Zodra het contact met je behoeften, wensen en verlangen hersteld wordt, kun je je eigenheid meer vorm gaan geven en zichtbaar gaan maken. Daarmee geef je jezelf een gelij kwaardiger positie.