Het is belangrijk om bij de ander te laten wat van de ander is. Dat is een grote stap, aangezien we daarbij het gevoel kunnen krijgen dat we de ander in de steek laten. Als we ons hele leven iemand geholpen hebben in het dragen van de pijn, is het een enorme stap om dat los te laten en de verantwoordelijkheid daarvoor bij de ander te laten. Je zegt dan als het ware: ‘Papa, mama, ik kan het niet voor jullie doen. Het is niet aan mij. Ik moet jullie pijn bij jullie laten, ik kan hem niet voor julli e oplossen.’ Je hebt alleen de kracht om jezelf te redden, niet om je vader of moeder te redden en ook niet om je partner te redden. Zolang je gefixeerd blijft op de pijn van de ander zit je nog gevangen in de symbiotische verstrikking. Dat verhindert je om je eigen leven te leiden en de dingen te zien die je vreugde geven. Zolang je afgestemd bent op de ander, is dat ook een afleiding van je eigen pijn. Zo heeft de symbiotische verstrikking een wederzijdse functie: zowel kinderen als ouders leiden elkaar af om zo niet bij hun eigen gevoel te hoeven komen. En later herhalen partners dat. Ze maken liever ruzie over de meest onbenullige dingen dan dat ze hun werkelijke pijn onder ogen zien. Pas als je uit de oorspronkelijke symbiotische verstrikking stapt, is de weg vrij om je eigen bestaan vorm te geven en naar je eigen gevoelens te kijken.  

Als je aan de ander laat wat van de ander is en neemt wat van jezelf is, dan loop je het risico om de wond bloot te leggen. Hoe moeilijk dit ook is, hier ligt de kans op genezing voor alle partijen. Juist op zo’n moment kan de angst voor afwijzing levensgroot voor je komen te staan. Dat is de afleiding van de saboteur. Door de overlevingshouding was je elkaar toch al kwijt, maar dit kan juist een opening zijn om elkaar weer te vinden op een diepere laag.  De scheiding is een feit en het definitieve ervan begint tot Manon (41) door te dringen. Ze deelt het met haar moeder, die deze situatie erg pijnlijk vindt. Tussen de regels door hoort ze de boodschap dat ze het maar had moeten volhouden omwille van de kinderen. Dan laat ze zich ontglippen: ‘Mam, jij zult het toch ook niet altijd even fijn hebben gevonden bij papa.’ Dit raakt de tere plek en de pijn van haar moeder. Ze moet sterk zijn om nu niet voor haar moeder te gaan zorgen.